9 Okt Op de vlucht..
Door: Maarten
12 Oktober 2007 | Frankrijk, Sandrancourt
Ik zal Parijs niet halen vandaag. Er gebeurt van alles.
Mijn start staat onder een slecht gesternte. Na goed twee kilometer neem ik de verkeerde afslag en keer niet om! Had ik dat maar wel gedaan. Het wordt kruipdoor en sluipdoor. Vijfduizend keer op de kaart kijken, tigkeer stoppen en gene meter opschieten. Ik heb mezelf voor de kop geslagen. Ezel, was één kilometer teruggereden. Maar nee, messieur denkt, ik kan het zo ook.
Rouen ligt achter me en de heuvels met lange, steile klimmen liggen vóór me. Het Bm-etje moet flink aan de bak. Met zijn vertrouwde roffel zeult hij het hele span op de handgas omhoog. Ik hoef alleen maar te sturen. Dan gaat het over een plateau en kan hij zijn krukas een beetje strekken. De boeren racen over de weg en over het land. Deze bedrijvigheid is een slecht voorteken. Als de zwaluwen laag vliegen schijnt morgen de zon. Als de boeren over het land vliegen, krijgen we regen.
In La Neuville Chant d’Oisel vloog langgeleden Jacques Anquetil door de bochten op zijn fietsie. De gele truiwinnaar heeft er nu, Frankrijk is trots op zijn helden, een kasteel en in de tuin ligt een grote, betonnen, gele trui met daar achter een afbeelding van hem op een marmeren plaat. Als je uitgefietst bent moet je toch de kost verdienen en dus kun je nu bij Jacques kamers huren.
Niet veel later duiken we naar beneden. De weg slingert zich als een serpentine langs de steile wand omlaag naar de Seine. Op een plek, met uitzicht over het rivierdal, las ik een pauze in. Er stopt een auto. Jean-Luc met een enorme neus voor nieuws is journalist van een regionaal blad. Hij vraagt beleefd of hij mij mag interviewen. Dat is wel erg lastig voor mij. Normaal ging het altijd van:”Do, hoe zeg je “kachel” in het Frans, of Do, wat is “woonwagen” ook alweer?” Dory’s ijzeren geheugen heeft mij altijd geholpen. Ik moet nu veel te vaak naar het woordenboek grijpen, want in mijn geheugen grijp ik ernaast.
De boeren wisten het allang. Het schuifdak moet dicht, want het regent pijpenstelen. In Dennemont vraag ik een man in de plantsoenendienst naar een plek voor de nacht. Hij belt de burgemeester en die keurt het goed, dat ik op een parkeerplaats bij het park sta. Een mooi plekje tegenover een restaurant. Mensen komen en gaan. Ze vragen naar mijn plannen. Zo ook een meisje Anne-Lise. Ze heeft een vaag snorretje, zwart stijl haar, een mager lijf en is belangstellend en vriendelijk. Zoals altijd laat ik mensen en zeker vrouwen het interieur van de wagen zien. Er komt weer een hoos en ik bied haar een glas sinaasappelsap aan totdat de bui over is. Gezellig! Totdat ze vertelt, dat ze al tien jaar in een vrachtauto woont en geen vaste woon- en verblijfplaats heeft. Ik kijk nu met andere ogen en mijn gevoel laat haartjes in mijn nek overeind komen. Hoe zet ik haar vriendelijk buiten? Dan:” Klop, klop!” Ze staat op en laat twee vrienden van haar binnen. Nou krijg ik helemaal de kiebernel. De één zo groot als ik met een kale kop en één blind oog in groezelige kleren. De ander, niet veel kleiner maar breder, een zwarte Popie-Jopie, die aan één stuk kletst en probeert mij te laten lachen. Ik ben even vergeten, hoe dat ook alweer moet. Ze vragen van alles en wat ik kwijt wil vertel ik. Ik ben op mijn hoede. Nu staan alle zenuwen op scherp. In mijn hoofd is de strategie: Als die drie weg zijn, ben ik ook weg. Dit is echt bedreigend. Een kwartiertje later zijn ze weg in een auto en pas op enige afstand gaan de lichten aan. Shit, ook dat nog. Ik kan er niet meteen vandoor, eerst moet de kachel uit zijn voor ik kan gaan rijden. Ik ben bang en de bijl ligt klaar ingeval ze besluiten terug te komen. Die kl… kachel, het duurt drie kwartier en ik zit op hete kolen. Ik wil wegwezen!
In de stromende regen vlucht ik het dorp uit en draai af; weg van Parijs. In het eerste beste dorp voelt het nog niet goed, dus nog even doorzetten. Dan doemt Sandrancourt op: een gehucht. Twee keer op en neer gereden om een plekje te ontdekken, maar de lampen van de tractor zijn niet fel genoeg om veel te onderscheiden naast de weg. In arrenmoede zet ik de tractor in de berm langs de weg. Binnen twee tellen staat een opa vanaf zijn veranda druk te gebaren en te schelden. Hij maakt mij heel duidelijk, dat ik daar niet mag staan. Ik moet opzouten. Verdomme, ik word gewoon opgejaagd. Akelig. Op een schaars verlichte kruising net buiten de bebouwde kom zet ik de tractor in een doodlopende weg in de berm. Ik realiseer me, ik ben op de vlucht!!! Slapen gaat niet en ik ga mijn dagboek bijwerken. En alsof het nog niet genoeg is geweest voor vandaag valt de stroom uit. Ik krijg het probleem niet opgelost en ga aangekleed op bed liggen met de bijl onder handbereik.
“Rampen zijn om tegen te stampen, maar ik ga ze liever uit de weg, mam.”
-
12 Oktober 2007 - 16:23
Jeannie:
jeetje,,,had je maar een ECHTE pluto bij je,,,blijf waakzaam,,,je weet inderdaad maar nooit,,
kon wel een crimi zijn nu bij je,,,
groetjes,,, -
12 Oktober 2007 - 16:59
Maritha Bakker :
Het lijkt wel een soap Maarten . geweldig. gr Maritha -
13 Oktober 2007 - 11:34
Miranda En Erik:
Ga op je gevoel af!!
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley