19 Dec. Storm over ’t Böhmerbakkie.
Door: Maarten
21 December 2007 | Portugal, Alvor
Het is zes uur ’s ochtends en buiten zweept de wind miljarden, dikke regendruppels met vlagen tegen mijn Böhmerbakkie. Binnen klinkt een enorme aanzwellende en afnemende roffel uit de wanden en het dak. Er maakt iemand een foto?! Dan kraakt er een trommelvliesscheurende donderslag, die mij een hartverzakking oplevert. Ik houd even mijn adem in en sta dan op. De stroom doet het nog. Langs de deur en de ramen komt geen spat water binnen, terwijl er buiten een hogedrukreiniger tegenaan gehouden wordt. Heel tevreden met mijn huisje maak ik, aan de achterkant voorzichtig het raam en één luik open. Er gulpt een dikke, twee meter brede stroom rood modderwater van de camping af. Die splitst zich en één aftakking stroomt onder mijn wagen door. Cool! Ik zit hoog èn droog. Met de zekerheid van Böhmer-kwaliteit (goede slogan) kruip ik gerustgesteld terug in bed. Buiten spannen regen en wind onvermoeibaar samen, om met kracht en volharding binnen te dringen. Ze weten zich gesteund door de hemelklievende bliksem en de grollende donder, die als de bui over is in de verte nog steeds bromt en gromt als een verslagen, slecht tegen zijn verlies kunnende beer.
Om negen uur blaast de vermoeide wind nog slechts de druppels van de bomen. De rust is weergekeerd. Ik roep op mijn buik liggend door het geopende raam naar Cor of alles nog goed is bij hem. Hij heeft slecht geslapen en gaat dadelijk geulen graven:” Want er komt nog meer water!”
Dit goede voornemen wordt in enkele minuten getorpedeerd, wanneer een grijze hoosbui, zoals een blusvliegtuig zijn last in één keer loost, de hemel verduistert. Net als de dieren blijven de mensen stilletjes weggekropen schuilen tot de ellende voorbij is. De één prutst aan de tv, die nu regelmatig uitvalt, de ander speelt met de partner (een gezelschapspelletje) en ik duik in mijn boek. Na enkele bladzijden val ik in slaap. ‘s Middags word ik wakker en zet een volle pot koffie om mezelf te verwennen, als tegenwicht op de balans van deze grauwe dag. De condens, die nu tegen de binnenkant van de ramen ontstaat, vertroebelt mijn zicht op de natte, kille buitenwereld nog meer. Beuh! Echt opgesloten!
Even plassen tussen twee buien door, dat beetje water kan er nog wel bij, levert een geheel onverwacht, nieuw probleem op. De klompen groeien door de klei een kilo in gewicht en van maat 46 naar maat 53. Getverderrie. Die blijven buiten op het bordes. Als dan de volgende bui zich aandient, sta ik te mieren met gestrekte armen door de op een kier gehouden deur om de regenvlagen buiten te houden. Mijn smerige klompen probeer ik zo in een alle kanten opwaaiende plasticzak te frotten om te voorkomen, dat ze vol regenen of heel Hollands zelfs wegdrijven.
De woedende elementen zijn getergd. Als in een wedstrijd, tot de verliezer ko gaat of opgeeft, blijven ze de hele dag terugkomen, ronde na ronde. Soms onstuimig beukend als Frazier, dan weer plagend tikken uitdelend als Mohammed Ali. De enige winstpunten, die ze boeken, zijn twee toch vol geregende klompen. Voor de rest houdt ‘t Böhmerbakkie de verdediging goed gesloten.
Gré en Cor nodigen uit om een bakkie te doen. Na het eten neem ik m’n laptop mee. Kunnen ze de foto zien waar ze zelf opstaan. Ik lees het verhaal van onze kennismaking hardop voor. Dat kunnen ze wel waarderen. Het verhaal van Storm over ’t Böhmerbakkie doet het ook goed. Al gauw dwalen de gesprekken door ieders associaties van het ene naar het andere onderwerp. Er wordt weer veel gelachen. Cor vertelt van de keer, dat hij in een andere Jordaanse slagerij moest zijn. Zijn collega wijst naar buiten, waar een deftige dame de riem van haar hondje vasthaakt aan de klink van zijn wagen om gemakkelijker te kunnen kletsen met een ander vrouwtje. Dat is kaasje voor Cor. Snel naar buiten, zachtjes instappen, starten en meteen wegrijden. In de spiegel ziet hij het hondje meerennen. De dame op hoge hakken er zwikkend en schreeuwend achteraan. Op de hoek van de straat stopt hij en vraagt waar al dat geschreeuw voor nodig is. Dan blijkt de dame geen dame meer te zijn, want ze scheldt hem verrot voor alles wat mogelijk is. Het personeel van de slagerij kwam niet meer bij van het lachen. Een geintje! Moet kunnen!
“Humor verdwijnt steeds meer,” zegt Cor. Neem nou die oude man, die in de zestiger jaren met zijn bakfiets vlak na de Kerst, doorfietst over de kruising, waar oom agent met de armen zwaaiend het verkeer regelt. De agent fluiten en hij roept:”Hee vader, kom eens even hier!” De oude baas remt en komt naar de agent toe. Zegt die:” Wil jij je oliebollen eten in het ziekenhuis of hoe zit dat?” Cor eindigt zijn verhaal met:”Kijk dat is humor. Hij had hem ook een prent kunnen geven.”
Tegen tienen ga ik met stijve kaken naar mijn wagen terug. Welterusten!
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley