7 Nov. Vastgezeten op Col de l’Asclier.
Door: Maarten
10 November 2007 | Frankrijk, Valleraugue
Vroeg wakker en vroeg weg. Ik heb er zin in. De kronkelende bergweggetjes van de Cévennes tussen Alès en Millau zie ik in gedachten al voor me. Daar is mijn twijfelgeval: de Col de l’Asclier. Op de kaart aangegeven als moeilijk begaanbaar. Aan de voet van de Col staan borden; zoveel als ’s morgens op het aanrecht na een etentje met vrienden. Er schijnt ergens een onderdoorgang te zijn van 2.70 meter. Grote teleurstelling! Ik draai het hele handeltje om, maar vraag aan de bewoner tegenover het bruggetje naar de Col of het inderdaad zo laag is. In Frankrijk weet je nooit of ze met zo’n bord teveel verkeer willen vermijden. Ik heb geluk! De Fransoos vertelt, dat de tunnel hoger is dan op het bord staat. Er is ook een plek vóór de brug, waar je kunt draaien in geval van nood. Opgelucht draai ik ten tweede male over de brug naar de Col en rijd vrolijk fluitend naar boven. Het fluiten wordt ras minder, als de weg wel erg eng wordt met rechts uitstekende rotsen, die mijn huisje willen openrijten en links een gat als een vulkaankrater, géén muurtjes, géén vangrail of iets dergelijks. Het fluiten stopt helemaal, als ik stilsta voor de tunnel. NomdeDieu: te laag. De tunnel is echte 3 meter. Mijn schoorsteentje is zonder hoed nèt vijf centimeter te veel. Zelf ben ik óók te veel. Ik versper de weg voor anderen. Het wordt me ook te veel. Na tien minuten vechten om de combinatie aan de kant te zetten, zodat anderen erlangs kunnen, vraag ik de geduldig wachtende chauffeur van de bestelwagen om mij te helpen met het andersom aanspannen van de tractor. Uit eigenbelang helpt hij en dan lukt het wel om plaats te maken. Merci! en Au revoir! roep ik hem hard en dankbaar na.
Daar sta ik nu. Draaien, zoals door de Fransoos beloofd was, gaat hier echt niet. Er zit maar één ding op: achteruit naar beneden. Lieve mensen, dit is in twee seconden getypt. Het kost mij ruim één uur om vier honderd meter met drie bochten naar beneden te wieberen. Léon Smeets gaat wel eens een eindje motorrijden. Ik bid nu, dat hij hier ineens opduikt. “Heilige Antonius goede vrind; zorg dat Léon Smeets mij vindt.” Ik moet het zelf doen. Als de wagen met de wielen langs de afgrond in een bredere bocht maar nèt omgedraaid kan worden, moet alleen de tractor nog omgedraaid worden. In een T-shirt gebatikt met vuile vegen en zweetplekken, een broek met olie- en vetvlekken en zwarte handen als van de kolenboer daal ik met de neus de goede kant op, af naar bredere wegen en minder stress. De Fransoos tegenover de oprit van de Col geeft niet thuis; de lafaard!
Met al dat geklooi is het laat geworden. Net vóór zonsondergang sta ik in Valleraugue voor de begraafplaats. Lekker rustig.
-
10 November 2007 - 12:47
De Volvoman:
Beste Maarten,
Gefeliciteerd met je stuurmans kunst.
Ik weet zelf uit ervaring dat het veel van je vergt om een BM zonder stuurbekrachtiging je wil op te leggen bij ongevraagde situaties.
Hopenlijk zijn de aanwijzingen van de plaatselijke bevolking de volgende keer beter.
We blijven je volgen.
Groetjes uit Deurne
-
10 November 2007 - 13:00
Mieke:
ha die maarten, fijn te lezen dat alles "goed" gaat en vooral op zijn "frans", want zoals we al zeiden, als ze zeggen "het gaat wel" dan gaat het niet!!! Geeft niets, je hebt tijd zat en de natuur is echt schitterend daar dus.., vive la france, vive la panique!
amuseer je, wij eten en drinken weer rustig verder! tot ziens, liefs
-
13 November 2007 - 14:51
Katelijn:
Sjonge, had die fransman dezelfde kolder in zijn kop als de mistral die je beschrijft in jouw stuk? Lijkt er wel op...
hopelijk ontmoet je nu wat oprecht/vriendelijker fransen!
maar je bent weer op het rechte pad, goed hoor, houen zo!
groetjes,
Katelijn
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley