17 Apr. Ljubljana.
Door: Maarten
Blijf op de hoogte en volg
18 April 2008 | Slovenië, Ljubljana
Buiten wordt geroepen en gedaan. Gordijn bij de deur opzij en ikke kijken. D’r wordt een vuilniswagen opgeslee …. Wat is dat? Er ligt sneeuw op de tractor! Gauw een broek aan en de camera pakken. De wagen heeft een dikke, witte wintermuts. Het dal is gevuld met plukken mist, die de bergen aan het oog onttrekken. De nevelen doen me denken aan de Schotse Hooglanden en aan mijn motorpak. In welke krat heb ik dat pak ook alweer geduwd? Gewapend tegen de kou en nattigheid zit Bibendon weldra achter het stuur. Door het troosteloze weer bezoek ik Bled niet en kachel (Heeft helaas niks met warmte te maken!) richting de hoofdstad. Dat zou een fluitje van een cent zijn, als ze niet gul strooiden met borden: Verboden voor tractoren. Het eerste bord negeer ik met de gedachte: “Niet gezien.” Na drie borden kan ik dat niet meer hardmaken. Dus draai ik in een dorp van de verboden doorgaande weg af en zoek een alternatief. Dat is er niet, dus rijd ik nu met een slecht geweten en tegen beter weten in toch weer op verboden terrein. Als wanhoopsdaad kies ik in een moment van verstandsverbijstering een veldweg, die op mijn kaart staat en naar Skofja Loka gaat. Had ik dat maar niet gedaan. De modder zit een cm dik op het balkonnetje en ook tegen de wagen aan en door de ruiten van de tractor zie ik geen kl… meer. Grrrr! Het eerste beste tankstation raakt zo’n honderdvijftig liter water kwijt, voordat de boel weer een beetje toonbaar is. Nu kan elke politieagent en elk verkeersbord de boom in: ik ga rechtdoor over de doorgaande wegen naar Ljubljana. Het geluk is met de domme. In de hoofdstad is een Congres m.b.t. Financial Days 2008 aan de gang. Ik zie nu overal politieagenten met vier man sterk in auto’s rondrijden en er hangt constant een heli in de lucht. Ze hebben geen oog voor mij. Zo bereik ik de stad en bedenk dan, dat er nu geen parkeerplek te vinden zal zijn. Dus gaat het rechtsomkeer en weg tussen de flats van de voorstad. Het eerste, beste dorp genaamd Sentvid is nog niet opgeslokt door grote broer. Daar is een aardige boer, die er geen moeite mee heeft om een vreemde Nederlander plek te bezorgen voor enkele dagen. Ik sta autoluw en dus rustig. De bushalte naar de stad is twee minuten lopen. Dat ga ik ook meteen doen. Doelloos dwaal ik rond en doe indrukken op. Morgen ga ik met een gids door de stad. Het centrum verloochent de communistische, eenvormige bouw niet en dat is goed zo. Inmiddels is de zon er en de mensen zitten langs de oevers van de Ljubljanica op de terrasjes. Op het plein met de drie bruggen staat een kiosk waar artiesten optreden. Ik geniet, zittend op de treden van het beeld van de beroemde Sloveense dichter F. Preseren van buikdanseressen, jongleurs en bands. Gezelligheid is troef.
Op de boerderij word ik verrast met een fles warme melk rechtstreeks vanonder de koe. Wel eerst koken, zegt de boerin erbij. Mmmmm lekker! Net als vroeger, hete melk met een vel. Even later brengt ze twee stukken ovenwarme linzenvlaai. De boer laat zich ook niet onbetuigd en ruimt mijn staplek op, zodat ik netjes sta. Als ik iets nodig heb moet ik het zeggen, dan gaan ze naar binnen. Daar sta ik dan! Gelukkig!