15 Apr. Idrija.
Door: Maarten
16 April 2008 | Slovenië, Idrija
Ik zal het mooie, lieve Slovenië proberen te omschrijven. Er leven alleen Slovenen, de enige “buitenlanders” zijn Servische vluchtelingen. Het land is 2/3 van Nederland met maar 2 miljoen inwoners en heeft weinig grote industrie. Dat betekent véél ruimte en véél natuur. Er leven hier nog beren! Ik krijg op een 8 km onverhard bospad de natuur op een presenteerblaadje. Ongerepte bossen, rotsen, bergen en zelden een hoeve op een alm. Een koolmeesje is bereid om te poseren.
Na 20 km kom ik bij de kortste rivier. Hij ontstaat uit een gat van 40 meter doorsnee en meer dan 120 meter diep. Een ondergrondse rivier wordt omhoog geperst. Het wateroppervlak staat dan ook als een paddestoelhoed een beetje bol. Na slechts 50 meter mondt hij uit in de Idrijca. Daar ontmoet ik twee lunchende elektriciens en Alenka van de bank, die hier een wandeling maakt in haar pauze. Gewapend met een paraplu is ze duidelijk niet bang voor beren. Ik kijk voortdurend om me heen om niet als wild op hun menukaart te eindigen. Boeren en boerinnen zijn alleen met een grote hond te voet onderweg of op het land. Dat is niet voor niets! De drie pauzerende Slovenen drukken me op het hart om het mijnmuseum in Idrija te bezoeken. “Dat is geweldig mooi en interessant”, zeggen ze. Dat is dus mijn volgende doel. Totdat er een Engelstalige rondgang is loop ik door de straatjes en bekijk een fors standbeeld van een man en vrouw die ten strijde trekken met geweer en pikhouweel. Dat is samen met de bouwstijl heel herkenbaar als Oostblokcultuur.
Het Antonijev rov museum. We, de gids en ik, bekijken niet alle zevenhonderd kilometer gangen in vijftien etages, die zich tot 235 meter onder het stadje bevinden. In het uur ondergronds (24 meter) en dankzij een film achteraf krijg ik een goed beeld van de gevaren van de mijn en het kwikzilver. Het vloeibare goedje is zó gevaarlijk voor mens en milieu, dat er geen vraag meer naar is. Het spul werd als druppels geoogst en in rood gesteente naar boven gebracht. Het is zwaarder dan staal en een stalen kogel drijft dus. Ik koop een sleutelhanger met grote druppel kwikzilver om op school te laten zien.
Het land is prachtig( Eén duim omhoog), maar de mensen zijn nog veel prachtiger (Twéé duimen omhoog). Hartverwarmend, communicatief, en open gaan ze van jong tot oud met mij om.
Ik denk dat ik met kleine stapjes en veel omwegen verder trek. Vooral niet haasten. Ik voel me hier thuis.
-
16 April 2008 - 14:41
Leon:
Maarten werd sloveniër! Je ziet hoe het gebeurd. Wij ontmoeten hier drie jaar geleden twee jonge onderwijzers uit dit land, waarmee we wat babbelden en aten. Een ongelooflijk enthousiast en hoopvol volkje, onder slechte tijden uitgekomen, met veel perspectief VOOR zich.
Daar gaat het altijd om: als het morgen BETER gaat kan alles ook armoede. Gaat het echter morgen slechter of wordt het moeilijker en moet het roer om, dan huilt het volk en wijst elke ander aan om zelf buiten de slag te blijven. Dat is des menschen. Dus is DE vraag: hoe schep je perspectief! Dat kon vroeger OOK door met zijn allen een stel verzopen zeeuwen te helpen en zo. Mogelijk kan Rita dus nog een dijkje doorp[rikken om de nationale eenheid en saamhorigheid terug te toveren.
Maarten amuseer je en vertel het straks allemaal aan "je kinderen".
Blijf voorzichtig en laat je op andere Oost-Euroese plekken niet omlaag trekken... (ex-Joegoslavië, Hongarije, Tsjechië,...).
Tot gauw,
Leon.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley