2 Mei Budapest.
Door: Maarten
05 Mei 2008 | Hongarije, Szentendre
In Obuda ligt het Vasarely Museum. Hij is oprichter van de op-art beweging en schildert geometrische figuren in felle kleuren. Wat je oog ziet is optisch bedrog. Zeer vernieuwend in zijn tijd en nog steeds verrassend en boeiend.
Om de hoek ligt het Obuda Museum met een ratjetoe aan spullen. De gids met een behoorlijke kegel, waterige oogjes en rooie kop verontschuldigt zich voor het kleine museum en het feit dat alles in WO2 vernietigd is; maar zo voegt hij eraan toe:”De geest van de stichter leeft voort.” Dat is dan ook alles wat er hier leeft. Ik sta gauw buiten en stap weer in de sneltram. Daarin tref ik twee, oudere fietsers aan; Jochem en Ria Michalik uit Nederland. Met het vliegtuig naar Wenen gevlogen, fietsen ze door Hongarije. Als de bergen te hoog zijn laden ze alles in de trein. De fietsen zijn loodzwaar. In het laatste station moeten we de roltrap op naar buiten. Jochem wordt geholpen door een Chinese man. Ik help Ria door achter haar fiets te staan en die tegen te houden. Wat beurt er nu? Zodra de fiets op de roltrap staat, gaat door het gewicht op de bagagedrager de overbeladen fiets langzaam maar zeker met het voorwiel omhoog. Ria kan hem niet houden. Terwijl de fiets steigert, grijpt Ria naast de rubberen roltrapleuning naar steun. De trap gaat omhoog en haar hand blijft achter. Dus nu steigert de fiets met Ria erbij. Met één hand en een been houd ik de fiets tegen en met de andere hand pak ik Ria vast, die langzaam maar onvermijdelijk langs mij af achterover koprolt en in slowmotion achter mij op haar kont terecht komt. Tijdens deze act geeft ze geen krimp en voor we boven zijn schiet er een andere man achter haar te hulp om haar op haar pootjes te zetten vóór het einde van de roltrap bereikt is. Nog even babbelen we na om de schrik in de benen te laten wegebben en dan vervolgt ieder zijn eigen weg.
Het museum voor toegepaste kunst is gevestigd in een prachtig paleis in Jugendstil met een glimmend dak van keramiek. Wat er te zien is valt mij tegen: Otomaanse wandkleden, staande klokken en sierraden; kortom kunstzinnige gebruiksvoorwerpen. Helaas is mijn volgende doel, de Joodse Synagoge, gesloten vandaag.
Op een uitnodigend terras met stof beklede stoelen aan een prachtig plein wil ik iets drinken. Het wordt een ijskoffie. Terwijl op het plein zigeuners viool, trekharmonica en klarinet spelen, bekijk ik de andere gasten. Dames met veel kapsones en behangen met goud zitten verveeld mooi te wezen. Ze eten fantasievol gemaakte taartjes. Gesoigneerde heren drinken koffie en speciale mixdrankjes. Het dringt tot mij door, dat ik op het verkeerde terras zit. Ik zit bij Gerbeau, een 150jarige banketbakkerij. De rekening bevestigd mijn idee. Voor acht euro genoot ik van een ijskoffie.
Op dit plein begint ook de Vaçi utca: de bekendste winkelstraat van Budapest. Die kuier ik af tot aan het einde, waar de Grote Markthal mij binnenlokt. De zaakjes maken werk van de uitstalling van de waren. Prachtig symmetrisch gerangschikt op kleur en vorm kun je er vlees, kaas, fruit, poppen, borduurwerken, gehaakte tafelkleden, drank, bloemen en souvenirs kopen. Dan is het welletjes voor vandaag. Ik zoek de metro op.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley