26 Apr. Met pech naar ‘t Balatonmeer.
Door: Maarten
30 April 2008 | Hongarije, Keszthely
Hè, ik ruik diesel? Ik loer door de ruit of de tankdop na het tanken wel erop gedraaid is. Ja, hij zit keurig op z’n plaats. Ik zal wel wat geknoeid hebben. Iets verder komt er rook onder de motorkap vandaan. Shit, de motor gaat onregelmatig lopen. Ik draai het spul in de berm en wat ziet mijn lodderig oog? Eén brandstofleiding is los van de verstuiver. Afgebroken! De diesel zevert over de dynamo en daar wordt ik ook al niet vrolijker van. Een theedoek wordt opgeofferd en om de leiding gedraaid, zodat de diesel niet meer rond spettert. Op twee cilinders en natuurlijk niet te snel hikt het BM-etje verder. Een boer komt niets vermoedend op zijn trekker uit een zijweg en wordt aangehouden. Ik “trek” Tibor naar mijn manke trekkertje. Geen Duits, geen Engels, dus praat Tibor hard Hongaars. Ik begrijp, dat er een eind verderop een garage voor tractoren is. Mijn tractor gaat hink-stapsprong verder, terwijl Tibor zwaaiend mij met een flinke vaart voorbij steekt. Het eerste beste dorpje heeft een naam, die zou kunnen lijken op wat Tibor heeft gezegd. Ik neem geen risico en draai af. Daar staat Tibor met een monteur te praten. Al gauw blijkt dat ik te vroeg ben afgedraaid. Echter de monteur Jernö bekijkt mijn ellende en loopt naar zijn serviceauto. Jammer, de leiding die hij bij zich heeft, is net te kort. Een tweede Tibor komt kijken. Dan gebeurt er iets onverwachts. Je moet bedenken, dat ik niemand versta en niemand verstaat mij. We wijzen en gebaren. Jernö bouwt de kapotte leiding uit en geeft die met Tibor 2 mee. Na een driekwart uur is hij terug met een nieuwe leiding in dezelfde vorm en lengte als de oude. Nu is in een poep en een scheet de boel gerepareerd en het BM-etje snort weer als een tevreden poes. Ik kan geen geld, geen koffie, niets kwijt aan mijn redders. Ze willen niets hebben voor het werk. Nou moe, ik kan niet eens goed dankjewel zeggen, dus schud ik de handen extra lang. Ik zwaai totdat ik Pölöske uit ben en uit het zicht ben. Toffe mensen die Hongaren.
Niet veel later verruil ik de dieselmeur voor zachte, zoete koolzaadgeur en maak foto’s van het groene span tegen de heldergele achtergrond.
Ik ben moe. Na twee gesloten campings parkeer ik voorbij het stadje Keszthely aan het strand van het Balatonmeer. Langs het water zitten vissers zonder veel animo te hengelen. Ik bekijk die hobby een tijdje en kom tot het besluit, dat dit mijn ding niet is. Vannacht blijf ik hier staan, om morgen een camping te zoeken. Het meer is negentig km lang, er zal wel ergens iets open zijn.
-
30 April 2008 - 09:25
Maria Oet Bung:
nu komen bij ons mooie vakantie dingen naar boven,daar waren wij in 1976....geen toeristen,vriendelijke mensen...veel echte natuur nog !!!!!geniet jij er maar lekker van....gr. Kees en Maria
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley