28 Okt Naar de Ardêche.
Door: Maarten
01 November 2007 | Frankrijk, Parijs
te staan. Een foutieve inschatting. Het eerste wat ik doe is dit gedicht schrijven.
Bron van ergernis
Je niet aflatende stroom
Verstoort wreed mijn droom.
Slapen, rusten, dromen;
Jij zult het wel voorkomen
Met jouw gekletter en geklater.
Stop toch jouw gesater
Boosaardige leeuwenkop
Ik smeek je: Stop! Stop! Stop!
Het is zondag en het wordt eenentwintig graden. Daarbij gaat de route door schitterend, traag ontwakend landschap. Klimmen en dalen in een cadans van gelijkmatigheid doorspekt met fraaie, lange bochten. Uitzichten die dwingen tot stoppen. De zon op mijn kop, de wereld aan mijn voeten. Dit heb ik wel eens gedroomd, maar nooit voor mogelijk gehouden.
Le Puy en Velay is de moeite waard om te stoppen. Op het gemakkie een boterhammetje eten en dan wandelen. De kathedraal ligt bergop en ontelbare treden voeren je naar boven. Prachtig, wat kan ik nog meer zeggen. Er staan een eindje verderop een machtig, groot, rood beeld van de Madonna met Kind en een kerk op een hoge rotspunt midden in de stad. De straatjes zijn beklinkerd met kinderkopjes en stijgen en dalen met de berg. Lekker de benen gestrekt. Nu verder, want de rubberbijters van de Ardêche lokken.
De omgeving verandert in kale, steile hellingen op hoogtes van meer dan achthonderd meter in ruig, desolaat en tegelijk indrukwekkend landschap. Als ik de Mont Gerbier in het vizier krijg, maak ik graag een détour om daar tegenop te kruipen. Op de top kun je de bron van de Loire zien in een stal van een boerderij. Als ik van het bronwater een slok neem, bedenk ik, dat de Loire nu anders is dan daarvoor; iets kleiner! Bij de tractor is een drukte van belang. De dagjesmensen hebben tijd zat vandaag en ieder geeft zijn eigen invulling aan het span en het belang van de reis. De vragen zijn talloos, de zon schijnt en het is gezellig. Dan moet ik toch echt verder, anders kom ik in het donker aan bij Kees Hoekstra. Dat had ik me eerder moeten bedenken. Om de ondergaande zon vóór te blijven stuiter ik over de wegen en weggetjes. Ik moet het afleggen tegen het draaien van de aarde. Het is donker, als ik bij de camping aankom. Als een vuurvliegje ga ik op een lamp af. Niet slim, want dat is een smal, doodlopend stuk. Ik laat de boel de boel en klop aan bij de hoger gelegen woning. Kees, zijn Zweedse vrouw, zijn dochter, zijn broer en zijn vrouw verwelkomen mij. Een pilsje erbij en even later mag ik aanschuiven voor boerenkool met worst. Heerlijk! De Hollandse humor van de mannen is kaasje voor mij. Zo anders, zo direct en zo gevat. Dat is nòg eens genieten.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley